schatten op zolder

In het vorig bericht kon je mijn zes woorden verhaal lezen rond het thema tweedehands, een schrijf-uitdaging van Marion Driessen. Ik beloofde om het volledig verhaal achter dit zes woorden verhaal uit de doeken te doen. Het kader met een afbeelding van koning Albert I staat écht op mijn zolder. Ik heb dat van mijn moeder gekregen die het op haar beurt van haar moeder erfde.

Koning Albert I verongelukte op 17 februari 1934 toen hij aan het klimmen was op de rotsen van Marche-les-Dames aan de Maas voorbij Namen.  Dat leerde ik 25 jaar na datum op school. Ik was toen tien jaar en mocht nu en dan logeren bij mijn grootouders die op dat moment in De Tijger woonden, een herberg in de Wantestraat te Assebroek. Het schrijven van het zes woorden verhaal maakte (verdrongen?) herinneringen aan die tijd wakker. Als kind betrad ik de gelagzal enkel om binnen en buiten te gaan, een andere toegang was er immers niet.  Voor de rest was het voor mij verboden terrein, althans wanneer er stamgasten waren.

11205847_770585143056449_1366107610_n
Ik kwam er wél om de vrouwentongen – de mooiste sanseveria’s die ik ooit in mijn leven heb gezien – water te geven die de twee grote vensterbanken sierden. Ik kwam er ook om limonade met grenadine te halen uit de frigo’s onder de toog een lekkernij waarmee mijn meter (de moeder van mijn mama) mij toen kon verwennen.
Ik herinner mij plots – als de dag van gisteren – het geluid van de toeklappende bruine frigo-deurtjes. Voor de rest interesseerde mij die gelagzaal niet. Er waren blijkbaar andere plaatsen te ontdekken voor een meisje van tien.


Eerst en vooral was er een koertje waar je ook naar de koer ging (naar het toilet gaan). Op het toilet zitten betekende toen op een houten plank met een rond gat zitten. Doorspoelen gebeurde toen nog met een kan water die iedere keer weer diende gevuld te worden aan de pomp. De enige leuke herinnering aan zo’n toiletbezoek was voor mij door het hartje in de WC-deur naar de blauwe hemel kijken of naar een vogel die toevallig passeerde.

Buiten op de koer was het veel leuker want daar stonden ontzettend veel bloempotten op de grond (ik herinner mij trouwens niet dat er vensterbanken waren). Mijn meter  zaaide én oogstte bloemetjes én peterselie in die potten, want een tuin was er niet. Die was er wellicht ooit wel geweest maar nu werd die ruimte ingenomen door een overdekte zaal met een dak in golfplastic waarop je de regen kon horen kletteren. Vanop de koer kwam je via één deur in het heiligdom van mijn grootvader.  Eens je de twee trapjes was afgedaald kwam je terecht op een bodem van zwarte aangestampte aarde. Aan de lange zijden van het lokaal stonden enkele banken en helemaal op het eind hing aan de kortste muur een enorm zwart gordijn in dik plastic.  Voor dat gordijn stond een gevaarte waar ik als tienjarige een enorm ontzag voor had: een liggende wip.

Normaal gezien was deze heilige ruimte voor mij niet toegankelijk, zeker niet op de zondagnamiddagen wanneer er een wedstrijd plaatsvond. Er was daar echter een geheim plekje waar de schutters nooit mochten komen maar ik wél.  Mijn meter had in een hoekje achter dat zwarte gordijn immers een kippenren.  En ik mocht restjes van sla naar haar kippetjes brengen. En ’s anderendaags werd ik door haar verwend met een vers eitje bij het ontbijt.

Op de zondagen van de wedstrijd was het in De Tijger een drukte van jewelste.  Op die namiddagen werd er van mij verwacht dat ik uit de buurt van de koer bleef, de verbinding tussen de zaal met de liggende wip en de gelagzaal. De schutters bestelden – tussen twee rondes in – bij mijn meter een pint én een pistolet met hesp (die ik in de keuken mocht helpen beleggen).  Mijn meter had de handen vol met pinten tappen want de schutters konden zich ook  te goed doen aan de droge vis die op een houten kar aan de man werd gebracht door de plaatselijke visboer. En waar kon dàt beter gebeuren dan op de koer, ja die van de bloempotten en de WC met een hartje in de deur!

De winnaars van zo’n wedstrijd kregen de vogel (panache) mee die ze op de liggende wip hadden afgeschoten; er waren er in verschillende kleuren herinner ik mij van de foto’s waarop mijn grootvader met zijn trofee, z’n pijl en z’n boog staat te pronken.  Die foto’s liggen nu bij mij op zolder naast dat kader met afbeelding van Koning Albert I.

En net dat kader maakte op mij – tienjarige – een grote indruk. Tijdens de logeerpartijtjes bij mijn grootouders viel ik in slaap onder het toeziend oog van een Koning en een Koningin!  Wanneer ik in mijn bed op mijn rug lag, dan keek ik in de ogen van Koning Albert I én Koningin Astrid. Dat deze laatste op 29 augustus 1935 omkwam in een verkeersongeval te Küssnacht am Rigi, dat had ik ook op school geleerd.  Daar vertelde ik  mijn klasgenootje echter niet dat ik nu en dan in zo’n hoog gezelschap in slaap viel.

kind
van tien
in het gezelschap
van koning en koningin
slapen

slapen
in huis
van mijn grootouders
verdrongen herinneringen worden wakker
verwondering

Van harte, Viviane Van Pottelberghe – 24 februari 2016

 

 

 

10 gedachten over “schatten op zolder

  1. Ik heb gulzig gelezen tot het einde… Boeiend hoe jij je herinneringen van zoveel jaar geleden met zoveel spanning kan vertellen. Ik zag het zo in mijn verbeelding.
    Heel veel details zijn je niet vreemd…
    Wat een zeswoord-verhaal allemaal teweegbrengt. Ik heb ervan genoten.

    Ik ga nu dromen van zeswoorden-verhalen. Als ik daar maar niet van wakker lig.

    Nicole

  2. Wat een mooi verhaal Viviane, een verhaal dat gewoon vraagt om opgeschreven te worden! Je schetst een tijdsbeeld waarin ik me compleet herken, banden met grootouders, zelfs de liggende wip herken ik. Ook de ‘koer’ met het hartje in zijn deur. Zalig toch?
    Bedankt om me even terug te brengen naar de tijd van toen!

  3. Dank Chantal en Nicole. Toen ik jullie reacties vanmorgen las was ik zelf nieuwsgierig naar het verhaal dat ik gisterenavond aan het internet had toevertrouwd. Ook ik ben verrast door de herinnering aan zoveel details en vraag mij af wat die herinnering in gang heeft gezet. Ja, dat zes woorden verhaal, maar ook de geur en de smaak van mijn broodbeleg van gisterenavond… een dikke snede beenham.

  4. Dat portret zal zeker afkomstig zijn uit een klaslokaal of gemeentehuis of ander gebouw met openbare functie want daar hingen die portretten en die werden telkens er een nieuwe koning kwam gewisseld voor portret opvolger.Wat heb jij nog veel herinneringen op geslagen.

  5. Zie, dat lees ik nu graag! Uitgerekend vandaag, op de dag dat ik mijn cursusdag over levensverhalen heb, kan ik hier op je blog een prachtig verhaal lezen, waarin je helemaal mee jouw kinderherinnering kan beleven! Zie! daar doe ik het nu voor, om mensen op het spoor te brengen van die waardevolle verhalen die elk mensenleven heeft en die zo graag gedeeld willen worden!
    Dat van die limonade, de wc op het ‘koertje’ en de stamgasten die liggende wip spelen en hun “pluim” mee naar huis kregen als winnaar! Heerlijk leesvoer!

    1. écht?
      naast dit verhaal heb ik – door jou geïnspireerd – gisterenavond ook een sprinter geschreven die vannacht ondergronds ontkiemd is en vanmorgen … dat lees je in een volgend blogbericht.
      alle gekheid op een stokje Vanessa, weet dat jij mij (en ik vermoed nog meerdere mensen) inspireert met jouw blogberichten; ik hoop dat je na je opleiding weer een workshop aanbied waarop ik kan intekenen.
      ik weet dat jij in staat bent om bij mij nog van die verhalen los te peuteren…
      Van harte een dankbare groet, viviane

Reacties zijn gesloten.